Na de uitvoering van de 'Wet op Orgaandonatie' is momenteel de volgende status quo op te maken. Landelijk staan op dit moment 4,6 miljoen (circa 37 procent van de volwassen Nederlanders) in het donorregister ingeschreven. Daarvan zijn er 2 miljoen bereid om donor te worden, de overigen hebben juist het tegendeel aangegeven. Dat zijn er niet genoeg. Vooral organen zijn er nog steeds te weinig, omdat slechts in een beperkt aantal overlijdensgevallen geschikte organen beschikbaar komen.
Om een zo volledig mogelijk beeld te krijgen is het meer dan wenselijk dat iedereen het toegezonden fomulier retourneert naar het Donorregister om zo zijn wens kenbaar te maken. Daarbij zou een keuze voor al dan niet orgaandonor onvoorwaardelijk moeten zijn. Dat wil zeggen dat de familie de wens van de overledene moet respecteren en deze niet kan omzetten in het tegenovergestelde.
Hierdoor kan het tekort aan donatieorganen worden teruggebracht. De Nederlandse Transplantatiestichting en Eurotransplant pleiten daarom voor wijziging van de Wet op de Orgaandonatie.
Toen die wet ingevoerd werd, pleitte Eurotransplant voor het geen-bezwaarsysteem. Sindsdien hebben de organisaties meegewerkt aan de uitvoering van de donorregistratie. "Er zijn wel meer weefseldonoren, maar niet meer orgaandonoren. Dit doel van de wet is daardoor niet gehaald", vindt directeur B. Haase van de Nederlandse Transplantatiestichting, die de verdeling van donororganen in Nederland regelt. Eenderde van de Nederlanders heeft zijn registratieformulier teruggezonden.
Het voorstel (©2004) van het Nationaal Instituut voor Gezondheidsbevordering en Ziektepreventie
(NIGZ) voor een ‘actieve donorregistratie’ komt in essentie erop neer dat (eenmalig) alle niet
geregistreerden en (jaarlijks) alle 18 jarigen een donorformulier toegestuurd krijgen waarmee
zij hun keuze kunnen laten registreren. Daarbij hebben zij de 4 huidige keuzeopties. Van de
mensen die niet reageren wordt aangenomen dat ze wel donor zijn. Zij zullen ook als
zodanig geregistreerd worden en krijgen daarvan een bevestiging thuisgestuurd. Ze hebben
vervolgens nog zes weken de tijd om de registratie desgewenst te wijzigen. Er worden dus
twee momenten geïntroduceerd waarbij mensen eraan herinnerd worden om gebruik van
hun zelfbeschikkingsrecht te maken. Na overlijden is er ook nog de mogelijkheid dat naasten
bezwaar maken als zij menen dat donatie niet de wens van de overledene is.
ZonMw geeft aan dat het gaat om een (wezenlijke) wijziging van het beslissysteem. In de
kern wordt het principe van de veronderstelde toestemming (wie zwijgt stemt toe)
toegepast, ook al kan men dat nuanceren of weerspreken (door direct bij de aanschrijving te
reageren) of daar later op terugkomen (door later een wijzigingsformulier te aan te vragen en
op te sturen). In een eerste analyse betwijfelt ZonMw of de voorgestelde wijziging
voldoende draagvlak onder de bevolking zal hebben en daarmee het beoogde doel zal
kunnen worden bereikt. Omdat het NIGZ het voorstel voor een actief
donorregistratiesysteem begin februari 2004 heeft gedaan, moest ZonMw volstaan met een
eerste inschatting en kon deze variant niet even grondig worden onderzocht als de andere.
Eén van de voordelen van het voorstel van het NIGZ is dat er geen vrijblijvendheid meer is,
de Nederlandse burger wordt aangespoord een beslissing te nemen. Dit punt is ook door de
Coördinatiegroep orgaandonatie aan de orde gesteld tijdens de bespreking van de tweede
evaluatie van ZonMw. Een meerderheid van de leden van de Coördinatiegroep orgaandonatie
is van mening dat indien mensen niet staan geregistreerd zij in principe automatisch donor
zouden moeten zijn. Hierdoor zou volgens deze leden de vrijblijvendheid uit de huidige
praktijk verdwijnen en wordt een helder uitgangspunt voor het gesprek met de
nabestaanden geformuleerd.
Minister Hoogervorst concludeert in een brief aangaande de Tweede evaluatie van de Wet op de orgaandonatie (april 2004) het volgende:
"Op basis van de onderzoeksresultaten van ZonMw moet ik tot de conclusie komen dat er
geen evidentie is dat de verandering van het Nederlandse systeem voor orgaandonatie - van
een toestemmingsysteem in een bezwaarsysteem – een positief effect zal hebben op het
aanbod van postmortale donoren. Dit heeft te maken het feit dat ook in een
bezwaarsysteem de nabestaanden een rol zullen spelen bij de donatiebeslissing. Daar komt
bij dat een overgang naar een bezwaarsysteem gepaard zal gaan met een toename van het
aantal geregistreerde bezwaren. Er bestaat zelfs het risico dat het aantal orgaandonaties zal
afnemen. Alles afwegend komt het Kabinet tot de conclusie dat het beter is om niet het
bezwaarsysteem in te voeren, maar verder in te zetten op een betere benutting van de
mogelijkheden binnen het huidige systeem. Wel zal het voorstel van het NIGZ voor een
actief registratiesysteem nog nader worden onderzocht. ZonMw geeft aan dat er andere
strategieën zijn die kunnen leiden tot een toename van het aantal orgaandonaties.
Ik ben er dan ook van overtuigd dat we met de reeds genomen maatregelen op de goede
weg zijn. Maar het moet en kan nog beter. De aanvullende maatregelen van het Kabinet om
het aantal orgaandonaties te bevorderen zijn gericht op het aantal registraties, de benadering
van de nabestaanden, het verbeteren van de organisatie van de orgaandonatie en andere
bronnen van donororganen. Deze aanvullende maatregelen passen goed in het beleid dat
met het plan van aanpak orgaandonatie is ingezet en zijn in principe goed uitvoerbaar. Met
de inzet van alle betrokkenen meen ik dan ook dat daarmee goede kansen zijn om het
aanbod van geschikte donororganen te vergroten."
De stichting wordorgaandonor.nl is van mening dat orgaandonatie een voorrecht is. Gezondheidszorg daarentegen is in een land als Nederland een recht. We betalen er met z'n allen voor en we zijn in de luxe positie dat de benodigde middelen hier "op de plank" liggen.
Mensen die afhankelijk zijn van een donororgaan hebben een (uiteindelijk) dodelijke ziekte en zullen zonder passende interventie binnen afzienbare tijd hieraan overlijden. De remedie is momenteel echter alleen nog te verkrijgen door de goedheid van een ander. Namelijk door de medemens die van mening is dat zijn of haar organen na overlijden levensreddend voor een ander kunnen zijn en ze ter beschikking stelt.
De stichting wordorgaandonor.nl vindt het dan ook niet reëel dat de overheid stelt dat eenieder zijn organen afstaat na overlijden tenzij anders aangegeven. Het mag misschien eenvoudiger lijken en meer donoren lijken op te leveren, maar in de praktijk van andere landen is gebleken dat dit per saldo niet zo hoeft te zijn. Zolang de familie na overlijden nog steeds om toestemming wordt gevraagd ongeacht wat de overledene bepaald heeft, levert het per saldo niet meer op dan in landen waar dit systeem niet geldt. Daarbij stuit deze overheidsbemoeienis velen tegen de borst en kan daardoor een averechts effect hebben. Ze acht het wel van essentieel belang dat eenieder zijn wens duidelijk kenbaar maakt door middel van registratie en dat de laatste wens van de overledene gerespecteerd wordt.
Een van de doelstellingen van deze website is dan ook om meer mensen ertoe aan te zetten om orgaandonor te worden en anderzijds om de regering duidelijk te maken hoe groot het levensbelang hiervan is. Dit kan heel eenvoudig door het sturen van één e-mail aan alle kamerleden tegelijk.
De volledige tekst van de Wet op orgaandonatie is hier te lezen.
|