Orgaandonatie, een kwestie van kiezen!

Bij orgaandonatie draait het om weefsels zoals: huid, botweefsel (inclusief pezen en kraakbeen), hoornvliezen (cornea's), hartkleppen, bloedvaten en de dunne darm. En (vitale) organen zoals: hart, nieren, lever, longen, alvleesklier (pancreas).
Aan ieder orgaan is grote behoefte. De wachtlijst van nierpatiënten is echter het grootst. Dat komt omdat nierpatiënten in afwachting van een niertransplantatie kunnen worden gedialyseerd. Voor patiënten die bijvoorbeeld wachten op een donorhart, een lever of een long, is er geen andere oplossing. Zij worden pas op een wachtlijst geplaatst wanneer er geen andere medische behandeling mogelijk is. Wanneer dan niet binnen korte tijd een geschikte donororgaan beschikbaar komt, overlijden deze patiënten. Vitale organen moeten na uitname onmiddellijk getransplanteerd worden. Weefsels kunnen langere tijd worden bewaard. Echter, wegens een tekort aan geschikte donoren bestaan er voor hartkleppen, hoornvliezen en bot toch wachtlijsten.

Wachtlijsten

Wachtlijsten ontstaan door een samenspel van factoren. Er wachten meer mensen op een orgaan dan er beschikbaar zijn. Des te meer organen er beschikbaar zijn des te kleiner de wachtlijsten. Een reden kan zijn dat onvoldoende mensen bereid zijn om na overlijden donor te worden. Ook is het mogelijk dat men om medische en/of technische redenen niet als donor kan worden aangemeld. Een andere reden kan zijn dat nabestaanden in onzekerheid verkeren omtrent de wens van de overledene en daarom donatie weigeren. Een van de doelstellingen van de Wet op de orgaandonatie is het verhogen van het donoraanbod. Een manier om dat te bereiken is het registreren van de wilsverklaringen van Nederlandse ingezetenen in het Donorregister. Dit centrale registratiesysteem is voor iedereen eenvoudig. Enerzijds voor de burger die zijn beslissing kan laten registreren en geen donorcodicil of donorpasje meer bij zich hoeft te dragen. Anderzijds voor de arts die bij overlijden in het register kan nagaan welke beslissing de betreffende persoon heeft genomen. Ook voor de nabestaanden is op deze manier duidelijk wat de wens van de overledene is. Donatie van één of meer weefsels is in principe altijd mogelijk. Het maakt daarbij geen verschil of iemand thuis, in een ziekenhuis, een bejaardenhuis of in een verpleeghuis overlijdt. Bij donatie van de (vitale) organen is het noodzakelijk dat iemand op een intensive care afdeling in een ziekenhuis overlijdt, aan de gevolgen van een dodelijk hersenletsel. In een dergelijke situatie is er sprake van hersendood. Omdat (vitale) organen constant zuurstof nodig hebben om geschikt te blijven voor transplantatie, is tot aan het moment van uitname een intacte bloedcirculatie vereist. Dit is alleen mogelijk als iemand hersendood is en de ademhaling kunstmatig in stand gehouden wordt (de hersendode donor wordt beademd). Nier- en leverdonatie is tegenwoordig ook mogelijk kort nadat iemand in een ziekenhuis is overleden aan een hartstilstand.

Hersendood

Maar wat is dan precies hersendood en hoe bepaalt men dat? Hersenen hebben doorlopend behoefte aan toevoer van zuurstofrijk bloed. Als de hersenen langer dan enkele minuten bij een normale lichaamstemperatuur en zonder beïnvloeding door medicijnen geen zuurstofrijk bloed krijgen zijn ze onherroepelijk en totaal beschadigd, waardoor al de hersenfuncties voor altijd zijn uitgevallen. Men is dan hersendood. Een hersendode persoon is overleden. De bloedcirculatie in de hersenen kan door verschillende oorzaken onmogelijk geworden zijn, bijvoorbeeld rechtstreeks door ernstige schade of als gevolg van een enorme drukstijging binnen de schedel, ontstaan door zwellingen die op hun beurt weer een gevolg zijn van een beschadiging (vergelijk: gekneusde enkel). Vaststelling van de hersendood vindt slechts plaats in geval van een dodelijk hersenletsel, bijvoorbeeld ten gevolge van een hersenbloeding, een (verkeers)ongeval of een primaire hersentumor. Zelfs als met kunstmatige beademing en medicijnen het hart, en daarmee ook de bloedcirculatie, kunstmatig op gang wordt gebracht, kan het bloed de hersenen niet meer bereiken. Het "doorbehandelen" (blijven behandelen) van een hersendode persoon is dan zinloos, de persoon is immers overleden. De hersendood is onomkeerbaar. De hersendood wordt geconstateerd wanneer er sprake is van een volledig en onherstelbaar verlies van de functies van de hersenen, inclusief de hersenstam en het verlengde merg. In Nederland wordt bij de vaststelling van de hersendood gewerkt volgens het wettelijk voorgeschreven Hersendoodprotocol. In dit protocol staan stapsgewijs de onderzoeken beschreven die artsen moeten uitvoeren om de hersendood vast te stellen. Dit waarborgt dat de vaststelling van de hersendood in alle ziekenhuizen op dezelfde zorgvuldige manier gebeurt. Het vaststellen van de hersendood gebeurt aan de hand van de resultaten van de onderzoeken zoals die staan beschreven in het Hersendoodprotocol: Voordat de hersendood kan worden vastgesteld, moet er aan bepaalde voorwaarden zijn voldaan. Zo moeten bepaalde oorzaken van bewusteloosheid en reactieloosheid (zoals onderkoeling en vergiftiging) zijn uitgesloten en moet de hersenbeschadiging onbehandelbaar zijn. Uit onderzoek moet het ontbreken van zowel bewustzijn als hersenstamreflexen blijken. Uit aanvullend onderzoek in de vorm van een Elektro-encefalogram (EEG) en een apneutest (ademhalingstest) moet blijken dat er in de hersenen geen elektrische activiteit meer is en dat er geen spontane ademhaling meer is.

Donor zijn

In principe kan iedereen toestemming geven voor donatie, ongeacht gezondheid en leeftijd. Iemand van bijvoorbeeld 80 jaar kan nog donor zijn van hoornvliezen en huid. Of iemand uiteindelijk ook donor wordt, hangt af van het moment, de oorzaak en de plaats van overlijden. Ook de lichaamsconditie van de overleden donor en de kwaliteit van de organen en weefsels zijn hierbij van belang. Bij donatie gaat het om meerdere organen en weefsels. Daarom is het ook voor iemand die een bepaalde ziekte heeft, zinvol om toestemming te geven voor donatie. Mocht door de ziekte een bepaald orgaan of weefsel zijn aangetast, dan blijven er nog andere organen en weefsels over die wel in aanmerking kunnen komen voor donatie.

Procedures

Bij het overlijden van een potentiële donor is de behandelend arts of huisarts (zoals bepaald in de Wet op Orgaandonatie) verplicht het Donorregister te (laten) raadplegen om na te gaan welke keuze de overledene heeft laten registreren. Het Donorregister kan 24 uur per dag worden geraadpleegd door een arts (of namens deze arts) als dat in verband met een mogelijke donatieprocedure noodzakelijk is. Vanzelfsprekend zijn er allerlei beveiligingsmaatregelen genomen, zodat de privacy van de geregistreerden beschermd is. Indien er geen toestemming geregistreerd staat, zal de arts de nabestaanden om toestemming vragen. Alleen in geval van toestemming kan de overledene als donor worden aangemeld bij het orgaancentrum. Een orgaancentrum (in Nederland is dit de Nederlandse Transplantatie Stichting) betreft een non-profitorganisatie die de coördinatie heeft over het verkrijgen, typeren en vervoeren van donororganen en -weefsels. Daarnaast draagt het orgaancentrum zorg voor het toewijzen van beschikbaar gekomen organen en weefsels aan daarvoor geschikte ontvangers. Afhankelijk van hoe en waar iemand overlijdt, zijn er drie procedures mogelijk:

  • weefseldonatie, in principe altijd mogelijk
  • orgaandonatie na vaststelling van de hersendood op de intensive care-afdeling van een ziekenhuis
  • nierdonatie na overlijden aan een hartstilstand, als de overledene in het ziekenhuis ligt.

Uit-/afname van weefsels gebeurt binnen 12 uur na overlijden. Wordt het lichaam van de overledene binnen 3 uur gekoeld, dan kan de uit-/afname tot maximaal 24 uur na overlijden plaatsvinden. In tegenstelling tot hoornvliezen kan de uitname van huid, hartkleppen, bloedvaten, kraakbeen, botweefsel of pees niet thuis gebeuren. Iemand die thuis is overleden kan in dat geval worden overgebracht naar een mortuarium of naar de sectie-of operatiekamer in een ziekenhuis. Het uitnemen van botweefsel moet in verband met de noodzakelijke steriliteit altijd plaatsvinden in een operatiekamer, en dus in een ziekenhuis. Het orgaancentrum regelt het eventuele vervoer van een lichaam naar een ziekenhuis of mortuarium en neemt tevens de kosten voor zijn rekening. De donor wordt aangemeld bij het orgaancentrum, dat beschikt over een overzicht van alle wachtende patiënten. Aan de hand van de medische gegevens van de donor wordt bepaald wie de meest geschikte ontvangende patiënt is. Vervolgens wordt in het ziekenhuis van de ontvangende patiënt alles in gereedheid gebracht voor de transplantatie. Nadat de donor is aangemeld kan het nog geruime tijd duren voordat met de uiteindelijke donoroperatie wordt begonnen. Dit komt omdat er vaak chirurgische teams van de ontvangende patiënt naar het ziekenhuis van de donor komen om de organen uit te nemen. De procedure als het gaat om donatie van nieren na overlijden aan een hartstilstand vereist een speciale techniek, waarbij de nieren in het lichaam alvast doorgespoeld worden met een vloeistof. Deze vloeistof wordt in de lies ingebracht via catheters (slangetjes). Dit moet binnen 45 minuten tot 2,5 uur na overlijden gebeuren. Alleen dan blijven de nieren geschikt voor transplantatie. Volgens de Wet op de orgaandonatie is het toegestaan om dit al te doen voordat bekend is of er toestemming voor donatie is. Het kan dus voorkomen dat de catheters al ingebracht en de nieren al doorspoeld zijn, voordat er overleg over donatie is geweest met de nabestaanden en het onzeker is of de donatieprocedure definitief doorgang mag vinden.

Afscheid nemen en opbaren

Zowel bij donatie van weefsels als van (vitale) organen, is er voldoende tijd om afscheid te nemen. Bij donatie van vitale organen is het zowel voor als na de uitname, die plaats vindt op de operatiekamer, mogelijk afscheid te nemen. De overledene blijft in verband met de uitname soms een halve tot een hele dag langer in het ziekenhuis, afhankelijk van wat er wordt gedoneerd. Na de uitname kan de overledene opgebaard worden in een rouwcentrum of thuis, volgens de wens van de familie. De begrafenis of crematie kan op het gewone tijdstip plaatsvinden en hoeft niet uitgesteld te worden vanwege de donatieprocedure. Het uitnemen van organen en/of weefsels gebeurt met grote zorgvuldigheid en met respect voor de overledene en de nabestaanden. Nadat de donatieprocedure is afgerond wordt de overledene vervoerd naar de plaats waar hij/zij wordt opgebaard. Na donatie van huid vindt het opbaren bij voorkeur plaats in een rouwcentrum (vanwege de noodzakelijke koeling). Voor opbaren thuis is het in dat geval verstandig vooraf te overleggen met de behandelend arts. Huid wordt in een hele dunne laag afgenomen van rug en benen en soms bovenarmen. Na huiddonatie is rituele bewassing van de overledene niet mogelijk. Bij alle andere vormen van orgaan- en weefseldonatie is rituele bewassing wel gewoon mogelijk. Na hoornvliesdonatie wordt een oogbolprothese geplaatst. De ogen worden gesloten en de oogbolprothese is niet te zien. Bot wordt uitgenomen samen met de pezen en ook vervangen door protheses. Er wordt geadviseerd de overledene die bot heeft gedoneerd bij het opbaren bovenkleding met lange mouwen en een lange broek of lange rok te laten dragen. Met de juiste kleding zijn hechtingen en pleisters niet zichtbaar.

Wetenschap

Het lichaam ter beschikking stellen van de wetenschap wil zeggen dat het lichaam na overlijden geschonken wordt aan een Anatomisch instituut van een universiteit. Het lichaam wordt dan gebruikt voor medisch wetenschappelijk onderwijs en onderzoek. Het lichaam komt in dat geval niet meer terug bij de familie en er is geen begrafenis of crematie. Met orgaan- en weefseldonatie voor transplantatie helpt de donor mensen die ziek zijn. De donatie kan hun het leven, of hun een betere kwaliteit van leven geven. Het lichaam komt na uitname van de organen en weefsels weer terug bij de familie en kan gewoon opgebaard worden. Er is ook een begrafenis of crematie. Het is mogelijk dat een orgaan of weefsel na uitname toch niet geschikt blijkt om getransplanteerd te worden. Dit was dan voor de uitname nog niet bekend. In dat geval mag dat orgaan of weefsel gebruikt worden voor wetenschappelijk onderzoek dat is gericht op het vergroten van de kennis over transplantatie. Hierbij gaat het om bijvoorbeeld microscopisch onderzoek, onderzoek naar de samenstelling van het orgaan of weefsel en bewaartechnieken. Het onderzoek is alleen aan het orgaan of weefsel zelf. Tenzij degene die toestemming verleent voor donatie uitdrukkelijk anders heeft bepaald, geeft hij naast toestemming voor transplantatie van de uitgenomen organen of weefsels ook toestemming voor dit onderzoek.

Toewijzing van de organen

De toewijzing van organen en weefsels gebeurt anoniem. Alleen medische gegevens zoals bloedgroep, weefseltypering, lengte, gewicht, medische urgentie en wachttijd spelen daarbij een rol. Op deze manier wordt recht gedaan aan het algemene non-discriminatie artikel in de Grondwet. In dit artikel is geregeld dat alle daartoe in aanmerking komende ingezetenen van Nederland gelijke toegang hebben tot alle geneeskundige voorzieningen. Dit betekent dat u bijvoorbeeld niet kunt bepalen dat uw organen en weefsels niet mogen gaan naar mensen die zelf geen donor willen zijn. U kunt wel aangeven welke organen en/of weefsels u van donatie wilt uitsluiten. Er bestaat een internationale uitwisseling van organen tussen Nederland, België, Luxemburg, Duitsland, Oostenrijk en Slovenië. De organisatie die de internationale samenwerking coördineert, heet Eurotransplant International. De samenwerking en uitwisseling van organen vergroot de kans dat er voor een donororgaan een passende ontvanger wordt gevonden. Zo komen er organen van Nederlandse donoren ten goede aan patiënten in een van de hiervoor genoemde landen. Maar omgekeerd worden Nederlandse zieken geholpen of gered met organen uit diezelfde landen.

Het financiële plaatje

Voor de nabestaanden zijn er geen kosten. De kosten van orgaan- en weefseluitname worden uiteindelijk vergoed door de ziektekostenverzekering van de ontvangende patiënt. Het komt voor dat het lichaam van een donor in verband met de uitname van weefsels moet worden overgebracht naar een nabijgelegen ziekenhuis of mortuarium. Ook de kosten van dit vervoer komen dus niet voor rekening van de nabestaanden.

Wet orgaandonatie

Met de Wet op de orgaandonatie (WOD) is geprobeerd om de belangrijkste zaken die een rol spelen bij orgaan- en weefseldonatie in één keer goed te regelen. Dit geldt zowel voor orgaandonatie bij leven als na overlijden. Het is de bedoeling dat er voor iedereen die bij orgaan- en weefseldonatie betrokken is meer juridische zekerheid ontstaat. Daarbij moet u denken aan de (potentiële) donor en de nabestaanden, maar ook aan de artsen en verpleegkundigen. Daarnaast heeft de WOD als doel het aanbod van donororganen en -weefsels te vergroten De wachtlijsten voor donororganen en -weefsels kunnen daardoor korter worden. Bovendien moet de WOD ervoor zorgen dat het aanbod van donororganen en -weefsels rechtvaardig wordt verdeeld. Handel in organen is bij de wet verboden. In deze wet is geregeld dat meerderjarigen maar ook jongeren vanaf twaalf jaar toestemming kunnen geven voor donatie na overlijden en/of daartegen bezwaar kunnen maken. Wanneer echter een jongere van nog geen zestien jaar, die toestemming tot donatie gegeven heeft, overlijdt gaat de donatie niet door wanneer één van de ouders of voogd bezwaar heeft. Alleen wanneer de beide ouders of de voogd afwezig of onbereikbaar zijn, kan de donatie toch plaatsvinden.

Bron | Stichting Donorvoorlichting en de Nederlandse Transplantatie Stichting