|
Een atleet en een alcoholist belanden tegelijk op de afdeling spoedeisende hulp. Beiden hebben een kapotte lever. De atleet is tijdens het hardlopen aangereden door een automobilist, de alcoholist heeft z'n laatste drankgelag ternauwernood overleefd. Alleen een donorlever kan hen redden. De alcoholist heeft wel een donorcodicil, de atleet niet. De chirurg moet de ene beschikbare donorlever aan de alcoholist geven. Het is een extreem voorbeeld, geeft hoogleraar transplantatiechirurgie Jan IJzermans toe. Toch is het niet ondenkbaar.
Burgers die hun donorcodicil netjes hebben ingevuld, krijgen straks voorrang bij een transplantatie. "Pure medische discriminatie", zegt IJzermans, die is verbonden aan het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam. "Uiteindelijk sta ik straks naast het bed van iemand om te vertellen dat hij geen orgaan krijgt. Omdat hij ooit is vergeten een codicil in te vullen."
Hij is bang dat het voorstel van minister Hoogervorst de weg opent naar andere vormen van medische discriminatie. Staan straks rokers en dikkerds ook als laatste in de rij? "Het gevaar bestaat dat over vijf jaar iedereen die boven zijn streefgewicht zit niet wordt behandeld. Tenzij je extra betaalt", zegt IJzermans namens de specialisten van de Nederlandse Transplantatie Vereniging. De artsen beseffen dat er íets moet gebeuren. Nederland heeft al jarenlang een groot tekort aan organen: momenteel staan 1400 patiënten op een wachtlijst. Jaarlijks sterven meer dan 200 patiënten op de wachtlijst. Van 2,5 miljoen Nederlanders is bekend dat zij hun organen willen afstaan als ze onverwacht om het leven komen. Van ruim acht miljoen mensen is dat niet bekend.
Ongetwijfeld neemt het aantal donoren flink toe als Hoogervorst zijn dreigement over een langer verblijf op de wachtlijst doorzet. Maar is dat eerlijk? Hoofdredacteur Henk Krol van de Gaykrant vindt van niet. Volgens hem wordt homoseksuelen nu al gevraagd geen organen te doneren. In sommige gevallen worden ze uitgesloten van donatie omdat dat een verhoogd risico met zich mee zouden brengen. Dat is gebaseerd op de statistiek: onder homoseksuelen komt besmetting met HIV nog altijd vaker voor. Uitsluiting van donorschap zou betekenen dat homoseksuelen, ongeacht hun gedrag of gezondheid, bij voorbaat onderaan de wachtlijst staan.
Vrijblijvend
Voorstanders van het 'voor wat, hoort wat'-systeem wuiven de oneerlijke kanten weg. Misschien zit er een vorm van chantage in, zegt universitair docent medische ethiek Ron Berghmans, maar het zet iedereen wél aan het denken. "Daar schort het aan. De discussie over wel of geen donor worden is jarenlang te vrijblijvend geweest." Bovendien kies je zelf voor het risico, stelt hij. Iemand die geen ziektekostenverzekering afsluit, is ook de pineut als hem of haar iets ernstigs overkomt. Organen zijn schaars, dus moeten er harde keuzen worden gemaakt. Maar zetten we deur niet op een kier voor medische discriminatie van rokers? Of riskante sporters? Berghmans van de Universiteit Maastricht maakt zich daar weinig zorgen over. "In het voorstel gaat het niet over rokers, maar over gezonde mensen die ooit doodgaan."
De discussie is gevoelig, weet donatiefunctionaris André Broeks. Binnen de Isala Klinieken in Zwolle is het zijn taak mensen te laten nadenken over orgaandonatie. Hij vindt het voorstel van de minister geen discriminatie. Soms komen er familieleden in zijn kantoortje, die zeggen dat bijvoorbeeld de long van hun zus of broer best voor donatie mag worden gebruikt, als die maar niet voor een roker is. "Gelukkig heeft de familie daar geen zeggenschap over. Dát zou tot discriminatie leiden." | GPD
Nee tegen donatie vanwege religie
Het al dan niet afstaan van organen kan binnen vrijwel alle religies op bezwaren stuiten. Wie streng in de leer wil zijn, kan in moslim-, christelijke en hindoestaanse geschriften redenen vinden om geen organen te doneren. Uit een enquête blijkt dat drie procent van de Nederlanders vanwege religieuze redenen tegen orgaandonatie is. Wat zijn de bezwaren? Uit het islamitische geloof is op te maken dat de levende zeggenschap heeft over zijn eigen organen. Hij mag dus doneren, maar mag zichzelf daarbij niet in levensgevaar brengen. Bloed geven mag; een nier ook, maar hart, lever en long zijn uitgesloten. Die organen afstaan zou neerkomen op zelfmoord en dat is streng verboden. Bij de dood wordt alles anders. Strenggelovige moslims stellen dat niemand het eigendomsrecht heeft over een dood lichaam, behalve Allah dan. Dat betekent dat familie die het lichaam 'erft' niet mag beslissen over donatie, maar ook de levende niet mag beslissen dat bij hem na zijn dood organen worden weggehaald.
In christelijke studies over orgaandonatie wordt onderscheid gemaakt tussen doneren tijdens het leven en na de dood. Er is meer ruimte voor een eigen keuze tussen het al dan niet doneren of accepteren van organen dan bij moslims. Aan de ene kant kan de christen zeggen dat het aan God is om het leven te nemen. Als God via een ziekte zegt 'het is zover', mag je niet ingrijpen door organen te laten transplanteren.
Aan de andere kant kent de bijbel ook voorbeelden van transplantaties. Zo transplanteert God een rib uit het lichaam van Adam en vormt hij deze om tot Eva. Enkele dominees zien dat als reden om transplantatie wel goed te keuren. Daarnaast zouden de Galaten Paulus een oog hebben gedoneerd, waaruit sommigen afleiden donatie ook bij leven toe te staan.
[ Bron: Haagsche Courant 07-03-2005 ]
|