|
Binnenkort zal door deze tendens zelfs meer dan de helft van de getransplanteerde nieren van levende donoren afkomstig zijn. Nierpatiënten vinden dat een gevaarlijke ontwikkeling. Ze vrezen dat de druk op zieken toeneemt om een eigen donor te vinden. In 2003 stonden 195 levende donoren een nier af. Vorig jaar waren dat er al 249, een stijging van bijna dertig procent. In diezelfde periode steeg het aantal transplantaties van nieren uit gestorvenen nog licht, met 3,5 procent van 388 tot 402. Maar in de eerste helft van dit jaar ligt het aantal postmortale niertransplantaties elf procent lager dan in het eerste halfjaar van vorig jaar (244 tegen 217). Van de 334 niertransplantaties die in de eerste helft van dit jaar zijn uitgevoerd, kwamen 117 nieren van levende donoren, 35 procent van het totaal. In het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam overtreft het aantal transplantaties uit levende donoren nu al dat van uit gestorvenen. Het Leids Universitair Medisch Centrum verwacht dit jaar het omslagpunt te bereiken.
Maatschappelijke druk
De Nierpatiëntenvereniging Nederland (NVN) maakt zich zorgen over die ontwikkeling. Als levende transplantatie de standaard wordt, groeit de maatschappelijke druk op nierpatienten om zelf voor een donor te zorgen, en op anderen om donor te worden, zegt directeur Gerard Boekhoff. De aantallen die nu worden gehaald, zijn zeer zeker te wijten aan die druk. De sterke stijging van levende transplantaties bewijst volgens de NVN dat het het huidige systeem van donorregistratie faalt. Levende orgaandonatie zou niet de standaard moeten worden, maar hooguit een aanvulling op het transplanteren van de organen van net overleden mensen. Volgens Marijke van Gurp, transplantatiecöordinator van het Leidse academsich ziekenhuis, lopen door de trend steeds meer gezonde mensen risicos, doordat een nier bij hen wordt weggehaald. Als we voldoende organen zouden hebben, konden we gezonde mensen een zware operatie als donor besparen. Maar we zitten nu eenmaal met dit systeem, waardoor levende transplantatie in Nederland niet meer is weg te denken.
Wachtlijst
Op 1 juli 2005 stonden er 1090 mensen op de wachtlijst voor een niertransplantatie. De gemiddelde wachttijd is viereneenhalf jaar. Per jaar overlijden ruim tweehonderd mensen door gebrek aan een donororgaan. Meer levende transplantaties betekent echter nog niet dat de wachtlijst snel korter wordt. Sterker nog: in de eerste helft van dit jaar lag het aantal niertransplantaties, 334, ruim tien procent lager dan in dezelfde periode van 2004.
Vorig jaar doneerden 249 mensen één van hun twee nieren aan een ander.
Vanaf het moment dat iemand besluit een nier af te staan, duurt het bijna een jaar voor de transplantatie plaatsvindt.
De donor moet drie dagen in het ziekenhuis liggen en wacht daarna een hersteltijd van zeker zes tot acht weken.
Als alles goed loopt, merkt de donor nauwelijks iets de overgebleven nier kan de totale nierfunctie zonder problemen overnemen.
[ Bron: Brabants Dagblad 06-08-2005 ]
|