|
Die vraag stond enkele jaren geleden centraal tijdens een proces van het Regionaal. Tuchtcollege . in Amsterdam. Daar had een vrouw van een overleden echtgenoot een klacht ingediend over haar huisarts en diens waarnemer. De vrouw was van mening dat de arts nalatig was geweest. Zij had volgens de vrouw met haar man tijdens zijn ziekte de mogelijkheid tot orgaan- en weefseldonatie moeten bespreken en moeten informeren., naar diens wensen. Ook heeft' de arts nagelaten het donorregister te raadplegen. De huisarts is het niet eens met de klaagster. De Wet op de Orgaandonatie stelt een arts niet verplicht tijdens een (terminale) ziektefase de mogelijkheid van donatie te bespreken. Bovendien zo voert de arts aan, is het, zeker zolang de patiënt nog hoop heeft op herstel, een moeilijk te bespreken onderwerp. Helemaal als hij of diens nabestaanden zelf niet aangeven daarover te willen praten. Zij werd ook pas na het overlijden op de hoogte gebracht van de wens tot donatie. Omdat zij niet' zelf maar de' waarnemend huisarts de dood heeft vastgesteld, kon zij ook geen stappen ondernemen tot donatie. Wel heeft zij de echtgenote meegedeeld dat gezien de ziekte van haar man donatie naar alle waarschijnlijkheid 'maar beperkt mogelijk zou zijn geweest, eens, temeer daar de patiënt thuis - was overleden. Het Tuchtcollege stelt de arts in het gelijk met als belangrijkste motief dat de verantwoordelijkheid voor een zorgvuldige uitvoering van een mogelijke donatie bij de arts ligt die de dood heeft vastgesteld. Het College wijst de klacht af.
Donatie is altijd een gevoelig onderwerp, zo merken ook de medewerkers van het Informatie- en Klachtenbureau Gezondheidszorg (IKG) als daarover vragen' of n klachten binnenkomen. Zij informeren de cliënten over de Wet op de Orgaandonatie. Daar in staat inderdaad niets geregeld over taken van de arts in deze. De wetgever heeft er bewust voor gekozen de arts geen verplichtingen op te leggen. Wel bestaat er voor ziekenhuizen de' plicht in een protocol te regelen hoe wordt nagegaan of de overledene een mogelijke donor is of kan zijn. Onderdeel daarvan is het raadplegen van nabestaanden en donorregister. Een vergelijkbare verplichting geldt voor verpleeghuizen.
Voor meer informatie:
Informatie en Klachtenbureau Gezondheidszorg Zuidoost-Brabant,
Kronehoefstraat 21-29, 5612 HK Eindhoven, tel.040-2113876.
[ Bron: Veldhoevens Weekblad 30-10-2002 ]
|