|
Lachend zit/ligt Rob Theil de verplichte twee weken ziekenhuistijd uit. Hij heeft een nieuwe nier. "Nieuw leven met Pasen, het kan niet mooier", zegt hij. De nierafdeling van het Radboudziekenhuis heeft deze week de 2500e transplantatie verricht. De 49-jarige Nijmegenaar heeft het geluk gehad dat er ergens in Europa iemand overleed met een nier die bij hem paste; het spreekwoord 'De een zijn dood is de ander zijn brood' komt in de wereld van transplantatie in al zijn banaliteit tot uiting. Het leven van de gemiddelde nierpatiënt is bepaald niet eerlijk. Als hij geluk heeft, krijgt hij binnen een paar maanden een nieuwe nier, met pech kan het wel negen jaar duren voor er een nier beschikbaar komt die bij hem past. Als hij nog meer geluk heeft, staat er in zijn omgeving iemand op die hem een nier afstaat. Gelukkig gebeurt dat laatste steeds vaker, want het aanbod van postmortale nieren neemt af. Alle weefselgegevens van alle nierpatiënten uit Nederland, Duitsland, België, Oostenrijk, Luxemburg en Slovenië staan in de databank van Eurotransplant. Overlijdt er iemand in een van deze landen en heeft deze persoon zijn donorcodicil ingevuld, dan komen de nieren beschikbaar. Razendsnel bekijkt een computer welke van de duizenden patiënten het beste matcht bij de nieren. Dan gaat er een telefoontje uit naar een ziekenhuis ergens in deze landen. Vorige week maandag was dat het UMC St Radboud. Rob Theil was de gelukkige. De Nijmegenaar stond al vierenhalf jaar op de wachtlijst, waarmee hij nog net iets onder de gemiddelde wachttijd zit. De nier van Eurotransplant kwam zondagnacht binnen. Nog geen etmaal later, maandagavond rond tien uur, was Theil de gelukkige bezitter van een gezonde nier. Vijf dagen later straalt de drogist uit de St.-Jacobslaan van oor tot oor. "Ik kan nu al voelen dat het beter is", zegt hij vanuit zijn ziekbed, "mijn vochthuishouding is veel beter." Jarenlang moest hij op z'n tellen passen, elk glaasje water afmeten en vier keer per dag buikspoeling verrichten en zijn nieren laten doorspoelen. Met een beetje geluk en als de afweermedicijnen hun werk goed doen, kan hij weer een normaal leven leiden. Dr. Andries Hoitsma is een van de acht stafleden van de nierafdeling. Onder zijn supervisie werd de transplantatie verricht. Hij is trots op het succes, maar maakt zich zorgen over het nijpend wordend tekort aan donornieren. Hij schudt zijn hoofd over de Nederlandse wetgeving inzake orgaandonatie. "Waarom hebben ze hier niet gekozen voor het Belgische model? Daar is in principe iedereen donor tenzij hij aangeeft dat hij het niet wil. Hier is het precies andersom. Hier ben je geen donor, tenzij je aangeeft dat je het wel wilt zijn." Door onverschilligheid van veel mensen blijft het aanbod van donornieren ver achter bij landen als Belgie. Per week verrichten de artsen van het Radboud twee transplantaties. "Dat zouden er drie moeten zijn. Maar er is te weinig aanbod." Een transplantatie kost 40.000 euro. Dat is eenmalig. De kosten voor medicijnen en nazorg belopen daarna 10.000 euro per jaar. Maar een dialysepatiënt die twee, drie keer per week zijn bloed moet laten doorspoelen, kost 60.000 euro per jaar. "Er is dus ook een economisch belang bij het voldoende beschikbaar komen van organen", zegt prof. dr. Jo Berden, hoofd van de nierafdeling. Berden heeft een staf van acht specialisten tot zijn beschikking. Hoitsma is er een van. Onder zijn supervisie werd Rob Theil van een nieuwe nier voorzien. Hoitsma ziet de 2500e transplantatie als een mijlpaal. "We willen alle mensen van dit ziekenhuis duidelijk maken dat dit succes ook hun succes is. We hebben zo veel hulp andere afdelingen nodig", zegt Hoitsma. Neemt het beschikbaar komen van postmortale nieren af, donatie van levende mensen komt steeds vaker voor, van familieleden, vrienden. UMC St Radboud zit nu één op één. De kansen op blijvend herstel zijn bij donatie van een levende nier aanmerkelijk groter. Opmerkelijk omdat de match veel minder is dan bij een nier van een overleden donor. De kwaliteit van de nier is voor een groot deel bepalend voor het succes. Daar komt bij dat de medicijnen die afstoting moeten voorkomen steeds beter worden. De eerste nier werd in 1953 getransplanteerd in de Verenigde Staten. Dat was een ideale situatie die zich daarna niet vaak meer heeft voorgedaan. Donor en ontvanger waren eeneiïge tweelingen. De eerste Nederlandse transplantatie vond plaats in 1966 in Leiden. Het Radboud verrichtte de eerste geslaagde ingreep op 29 januari 1968, toevallig de verjaardag van de deze week geholpen Rob Theil. In de jaren negentig ging het hard. Elk jaar werden 100 é 120 nieren getransplanteerd. De laatste jaren is de frequentie aanmerkelijk minder geworden, 70 é 90 per jaar. Maar nog steeds is het Radboud koploper in Nederland. Rob Theil is dankbaar, jegens de overledene die zo attent was een codicil in te vullen, dankbaar jegens de mensen van de nierafdeling. Hij glundert. "Ik ben al jarenlang hockeyscheidsrechter. Leuk hoor, maar na afloop dronk ik altijd maar een glaasje water, terwijl anderen flink aan het bier zaten. Was geen ramp. Maar", pretoogt hij, "als ik thuis ben, gaat deze jongen wel een biertje met de spelers drinken."
[ Bron: De Gelderlander 19-04-2003 ]
|