|
Af en toe iets langer nadenken. Dat kan, in het geval van orgaan- en weefseldonatie, letterlijk levens redden. Want een patiënt kan best toestemming hebben gegeven voor donatie, als de arts de mogelijkheden niet onderkent gebeurt er niets. En moet een doodzieke patiënt nóg langer wachten.
Of artsen alle potentiële donororganen en -weefsels herkennen, was lange tijd onduidelijk. Inmiddels heeft onderzoek uitgewezen dat vooral weefseldonoren onvoldoende worden herkend. Hoe dat komt? Misschien wel een kwestie van onwetendheid, gebrek aan ervaring of tijd, oppert Willem Jan Bos. ,,Het was in ieder geval duidelijk dat er veel te weinig aandacht voor was. De Nierstichting, de Nierpatiëntenvereniging en de overheid besloten twee jaar geleden de handen ineen te slaan en het probleem aan te pakken. In 2000 werden de eerste twaalf donatiefunctionarissen aangesteld.
Mosselman en Bos waren in het St. Antonius Ziekenhuis de eersten voor de regio Utrecht. Hun belangrijkste taak is ervoor te zorgen dat er meer aandacht komt voor orgaan- en weefseldonatie. Dat betekent dat ze het onderwerp onder de aandacht brengen bij artsen en verpleegkundigen. Ze geven voorlichting op de verschillende afdelingen en aan specialisten in opleiding. ,,Beginnende artsen hebben vaak nauwelijks ervaring met donatie, weet Bos. ,,Tijdens mijn opleiding was er helemaal geen aandacht voor. Je leert zoiets vooral in de praktijk. Dokters die het moeilijk vinden nabestaanden de donatievraag te stellen, kunnen een training krijgen. ,,Het is best een moeilijk en emotioneel gesprek, zegt de internist. ,,Daarvoor moet je stevig in je schoenen staan. En precies weten waar je het over hebt. Je moet alle vragen van nabestaanden kunnen beantwoorden.
Als er bij een overleden patiënt geen donatie heeft plaatsgevonden, gaat Mosselman altijd na waarom dat niet is gebeurd. ,,Meestal is daar een goede reden voor, is er bijvoorbeeld een infectie opgetreden, waardoor organen en weefsels niet meer geschikt zijn. Soms wordt een potentiële donor ten onrechte niet geschikt bevonden. ,,Dan kan het weleens helpen dat ik de arts eraan herinner dat het wél mogelijk was geweest. De volgende keer heeft hij of zij daar baat bij.
De donatiefunctionaris zorgt er ook voor dat de nabestaanden van de donor op de hoogte worden gehouden van eventuele transplantaties. ,,Als nabestaanden geen bezwaar maken, vertel ik ze altijd wat er is gebeurd met de weefsels van hun dierbare. Dat is niet altijd meteen duidelijk, omdat weefsels langer bewaard kunnen worden, zegt Mosselman. Van organen is al wel na een paar dagen bekend of ze zijn getransplanteerd.
Als er iets is dat Mosselman de afgelopen twee jaar is opgevallen, is het wel hoe onbekend weefseldonatie in de medische wereld nog is. ,,Iedereen kent de verhalen over hart- en levertransplantaties. Maar dat ook huid, bot of gehoorbeentjes getransplanteerd kunnen worden, is bij velen onbekend. Er zijn ook artsen en verpleegkundigen die dit niet weten.
De voorlichting en het alsmaar hameren op de mogelijkheden, blijken na twee jaar succesvol. Het aantal weefseltransplantaties in het Antonius steeg van zeven naar 39.
Ook was er in 2001, 2002 en dit jaar een orgaandonatie, terwijl er de zes jaar daarvoor geen enkele had plaatsgevonden. In 2002 herkenden artsen bovendien vijf potentiële orgaandonoren, maar bij vier daarvan werd geen toestemming verleend. ,,We zijn natuurlijk nog steeds afhankelijk van de toestemming van de donor of zijn nabestaanden., zegt Mosselman. ,,Nee is nee.
De proef met de transplantatiecoördinator wordt als zo succesvol ervaren, dat het project binnen het Antonius een permanente status heeft gekregen. Daarnaast komen in meer ziekenhuizen transplantatiecoördinatoren. Daar zijn er ook twee in de regio Utrecht bij. Om welke ziekenhuizen het gaat, is nog niet bekend.
Mosselman en Van de Bos vinden het erg belangrijk dat er meer aandacht komt voor donatie. Want er is nog steeds veel onwetendheid over het onderwerp. ,,Vooral bij het grote publiek, zegt Mosselman. ,,Er gaan nog steeds de wildste geruchten de ronde over donatie, bijvoorbeeld over hersendood. Wij proberen de nabestaanden daar zo goed mogelijk over te informeren. De begeleiding tijdens en na de procedure is heel belangrijk.
Bos vult haar aan: ,,Je merkt ook dat mensen niet nadenken over donatie. Dat misschien ook niet willen, omdat ze het een naar onderwerp vinden. Totdat ze in hun omgeving worden geconfronteerd met iemand die drie keer per week aan de nierdialyse moet. Dan melden ze zich wel aan als donor. Dan zien ze pas hoe belangrijk het eigenlijk is.
[ Bron: Utrechts Nieuwsblad 30-05-2003 ]
|