|
Het meeste draagvlak onder de Nederlandse bevolking heeft een geen-bezwaarsysteem: 64 procent van de ondervraagden vindt dat aanvaardbaar. Tevens blijkt dat Nederlanders het idee om geregistreerde donoren voorrang te geven op de wachtlijst afwijzen. Zelfs als dat aanzienlijk meer donoren zou opleveren. Dat blijkt uit een representatief publieksonderzoek van het Rathenau Instituut naar de aanvaardbaarheid en verwachte effectiviteit van diverse orgaandonatiesystemen. In 2004 wordt de Wet orgaandonatie (WOD) voor de tweede keer geëvalueerd. Bij tegenvallende resultaten overweegt de overheid het wettelijke systeem van orgaandonatie te veranderen. Vooruitlopend op de discussie zijn in het publieksonderzoek vier alternatieve systemen aan de orde gesteld: het geen-bezwaarsysteem, de combinatie van toestemming en geen-bezwaar, het verplichte-keuzesysteem en het voor-wat-hoort-wat-systeem: - Bij een geen-bezwaarsysteem mag orgaandonatie in principe plaatsvinden, tenzij iemand bij leven bezwaar heeft aangetekend. Overigens vindt in de praktijk geen donatie plaats als de nabestaanden bezwaar hebben tegen donatie. Het merendeel van de ondervraagden (64 procent) vindt een geen-bezwaarsysteemsysteem aanvaardbaar, 15 procent vindt het niet aanvaardbaar. - Een combinatie van het huidige toestemmingssysteem en het geen-bezwaarsysteem vindt een kleine meerderheid aanvaardbaar (54 procent). Ruim een kwart vindt het onaanvaardbaar. Dit combinatiesysteem handhaaft de keuze die is vastgelegd in het Donorregister; van de niet-geregistreerden wordt aangenomen dat ze instemmen met orgaandonatie. - In het verplichte-keuzesysteem is iedere volwassene verplicht een beslissing te nemen over orgaandonatie. Dit houdt in dat men zich laat registreren òf als donor òf als weigeraar. Van alle ondervraagden vindt 44 procent dit systeem aanvaardbaar; 32 procent vindt het onaanvaardbaar. Als zon verplichte-keuzesysteem wordt ingevoerd, zou 53 procent zich als donor laten registreren en 27 procent als weigeraar. Een vijfde van de ondervraagden zou het niet weten. Dit systeem levert daarmee het hoogste aantal positieve registraties op. - Een zogeheten voor-wat-hoort-wat-systeem gaat uit van de gedachte dat wie een orgaan wil ontvangen de plicht heeft zichzelf als donor te laten registreren. Dit idee brengt ethicus Govert den Hartogh naar voren in de publicatie Gift of bijdrage? Deze studie gaat over de morele aspecten van wervingssystemen van orgaandonatie en is in opdracht van het Rathenau Instituut verricht. Den Hartogh vindt tevens dat geregistreerde donoren voorrang mogen krijgen op de wachtlijst. Uit het publieksonderzoek blijkt echter dat de helft van Nederlanders het idee van voor-wat-hoort-wat afwijst, zelfs als dit twintig procent meer organen op zou leveren. Slechts 22 procent vindt dit systeem aanvaardbaar.
In het publieksonderzoek is niet onderzocht welk registratiesysteem daadwerkelijk de meeste organen oplevert. Evenmin is onderzocht hoeveel nabestaanden orgaandonatie zullen weigeren binnen de diverse systemen.
Op donderdag 4 december vindt in Dudok een debat plaats met politici en ethici over de vraag of orgaandonatie een morele plicht is: 19.30-22.00 uur. Hofweg 1-a te Den Haag. Het Rathenau Instituut organiseert deze bijeenkomst in samenwerking met het Instituut voor Verborgen Kennis (IVK). Voor deze bijeenkomst dient u kaarten te reserveren via IVK: 070- 346 0550.
[ Bron: www.rathenau.nl 01-12-2003 ]
|